Wanneer werk je met zaden?
Zaden kun je gebruiken om een bloemenweide te realiseren, voor een kruidenrijk grasland, op groene daken of als onderbegroeiing in je tuin. Je kunt zaden ook gebruiken om zelf planten op te kweken vóór je ze in de tuin zet, zoals bijzondere planten die je niet vind in het tuincentrum of gewassen voor in de moestuin. Zelf planten opkweken uit zaden is niet makkelijk: zoek altijd vooraf op wat je te wachten staat.
Zaden direct in de tuin zaaien is makkelijker. Dat kan iedereen uitproberen. Wij geven je hieronder wat algemene tips.
Waar op te letten bij het uitzoeken van zaden
Het liefst gebruik je biologisch gekweekte zaden in je tuin. Niet-biologisch gekweekt zaaigoed is behandeld met chemische middelen die je liever niet in je tuin hebt. Deze stoffen zijn schadelijk voor alle bodemdieren, insecten zoals bijen en vlinders en voor de waterkwaliteit. Daarnaast kies je het liefst voor inheemse plantensoorten. Inheems betekent dat de planten al een hele lange tijd in Nederland voorkomen. Nederlandse insecten zijn aangepast aan de inheemse beplanting en kunnen daardoor goed bij de nectar. Voor meer informatie over gifvrije kweek en inheemse soorten, zie onze factsheet Natuurvriendelijke beplanting.
Hoe kom je aan zaden?
Zaden zijn te koop bij tuincentrums en veel andere winkels. Het liefst kies je voor zaden met een biologische certificering en inheemse soorten. Er zijn ook gespecialiseerde kwekers die biologische en/of inheemse zaden online verkopen. Een aantal voorbeelden daarvan zijn: Cruydt-Hoeck, Bolster en Biodivers.
Daarnaast kun je zaden ook heel goed ruilen met anderen. Kijk vooral bij je buren of ze planten hebben staan die je zelf ook zou willen. Van de meeste planten kun je zelf zaden verzamelen. Zie tips hiervoor hieronder. Ook zijn er allerlei websites en online groepen waarin tuiniers hun zaden aanbieden, soms in ruil voor andere zaden en soms zelfs tegen alleen de verzendkosten. Even googelen op ‘bloemenzaden ruilen’ levert een hele lijst met mogelijke websites op.
Tips voor het zelf oogsten van zaden
Alle planten maken zaden om zich voort te planten. Voor je zaden gaat kopen, kun je dus ook in jouw omgeving nagaan van welke planten je zelf zaden zou kunnen verzamelen. Oogst liever geen zaden in natuurgebieden, want daar moet de natuur haar eigen gang kunnen gaan. Zelf wilde zaden verspreiden in
natuurgebieden is ook niet de bedoeling.
Een paar tips voor het verzamelen van zaden:
- Laat bloemen staan als ze uitgebloeid zijn (dat is sowieso beter voor het leven in je tuin). Voor veel soorten is dat in de nazomer of vroege herfst.
- De zaden vind je waar eerder de bloem zat of net daar onder.
- Laat de zaden aan de plant tot ze helemaal rijp zijn: ze zijn dan van zichzelf droog en laten makkelijk los.
- Wacht liever iets langer met oogsten als je twijfelt: als je oogst vóór de zaden echt (aan de plant) gerijpt zijn, zullen ze later niet kiemen.
- Kies voor het oogsten een moment met goed weer: het liefst als het al een paar dagen niet heeft geregend en niet zo vroeg op de dag dat er nog dauw is.
- De precieze manier van oogsten kan verschillen per plant. Wil je het voor een specifieke soort weten, zoek dan op internet. Er is een rijke verzameling aan tuinblogs; er gaat er ongetwijfeld één over de soort van jouw keuze.
- Drie gangbare manieren voor het verzamelen van zaden zijn:
- Zaaddozen verzamelen en leegschudden (bijv. voor lupine, stokrozen, klaprozen)
- Bloemen afknippen en ondersteboven bewaren in een zak of pot.
- Zaden opvangen in omgekeerde paraplu door die onder de plant te houden en hem te schudden.
- Laat de zaden na het oogsten 1 à 2 weken drogen op kranten of een theedoek.
- Zeef de zaden voor je ze bewaart, zo scheid je ze van overbodige plantenresten en kun je ze schoon bewaren. De kans is dan groter dat ze goed blijven en zullen kiemen.
- Bewaar je zaden droog, donker en koel, bijvoorbeeld in papieren zakjes waar op staat om welke zaden het gaat.
- Wil je zien hoe zaden oogsten uit de tuin in z’n werk gaat? Bekijk dan dit informatieve filmpje op het YouTube-kanaal van Angelo Dorny.



